Mannetjes met manieren

Een persoonlijk Bilderberg verhaal van Onno Aerden uit 'Helemaal weg en toch thuis'

Voor zijn boek ‘Helemaal weg en toch thuis’ reisde Onno Aerden een jaar lang kriskras door Nederland, om te overnachten in alle zeventien hotels van de oer-Nederlandse hotelgroep Bilderberg. Hij bekeek hoe begrippen als ‘gastvrijheid’ en ‘persoonlijke aandacht’ ter plekke uitpakten. Hieronder een verhaal over zijn verblijf op Bilderberg Landgoed Lauswolt.

 

Mannetjes met manieren

Keurig zitten ze aan tafel, de twee jongetjes met de scheiding in het glanzende haar. Allebei een blauw blazertje aan, allebei een plooi in de broek. Ze zullen elf, twaalf jaar oud zijn, hun ogen glimmen, ze weten wat er na de maaltijd komt, vermoed ik. Vuurwerk. En zoetigheid.

Maar eerst komen kalfstartaar en Waddenoester op de met damast beklede tafel, wilde zeebaars met truffel, Hollandse boerderij-eend. Als de ober met een verzilverde juskom langskomt om, op enig moment, geglaceerde kalfszwezerik te voorzien van ‘schuim van kliswortel’, houd ik mijn adem even in. Zouden ze dit net zo lekker vinden als hun ouders, tegenover hen aan tafel?

a-lrMaar tot mijn niet geringe verbazing snijden ze even later gebroederlijk hun exquise hoofdgerecht aan, netjes in dunne plakjes, ze eten zonder morren, zie ik, sterker: ze genieten.
Mannetjes.
Twee mannetjes met manieren.
Ze dineren met hun ouders in het restaurant van Bilderberg Landgoedhotel Lauswolt.
De vier passen naadloos in de missie van dit bijzondere oord: beschaafd te plezieren. Een missie van anderhalve eeuw oud al, toen een jonkheer dit droomdomein liet optrekken in de bossen achter het Friese dorpje Beetsterzwaag. Een “heerenhuizinge, stal en koetshuis met koetsierswoning,” wenste zich die jonkheer Lycklama à Nijeholt. Maar wel in een stijl, alstublieft – een huis om naar te verlangen. Zo’n huis kwam er, de jonkheer woonde er tien jaar in het groen en verkocht toen het huis aan zijn oom, die er ook nog eens een landgoed omheen liet aanleggen. Huis en landgoed hebben de tijd zonder butsen overleefd. Het koetshuis herbergt inmiddels suites en een vergaderzaal, in de bossen kwam ook alweer jaren geleden een golfterrein – nog vanmiddag liep een enkeling de achttien holes in de schrale winterzon, ik passeerde hem tijdens een wandeling.
Hij groette beleefd.

Er moet een hoop zijn gepasseerd de afgelopen anderhalve eeuw, maar het komt me voor dat zelfs de grootste meningsverschillen hier beleefd zijn uitgevochten. Er werd zelfs een kabinet gesmeed, in 2007, met een heus ‘Lauswolt-akkoord’
Lauswolt is dus vooral dit: een beleefd hotel, een hotel voor avonden als vanavond.
Het licht is gedempt, verderop speelt een bandje, af en toe verlaat een stel dinergasten het tafeltje waaraan ze zitten voor een dansje. De laatste avond van het jaar is het, een avond in pasteltinten. Zachte deunen, beschaafd gemompel.
Niet meteen iets voor jongetjes van elf, twaalf jaar.
Ik bezie ze opnieuw vanaf mijn eigen tafeltje, verwonderd over hun keurige gedrag: ze eten mee met de andere gasten die toch gemiddeld een halve eeuw ouder zijn, dezelfde gerechten, hetzelfde tempo – niks kindermenu met ketchup. Misschien zijn ze het gewend, eten ze elke week in een chic restaurant.7596-lr

Dan treedt de gastheer naar voren, bedankt het combo en zijn gasten en de keukenbrigade, die ondertussen in een lange stoet de zaal in komt lopen. De koks lopen stevig door, nemen staand in een rij de loftuitingen uit de zaal in ontvangst en wachten met de gasten mee – het aftellen zal zo beginnen. Dan staan we met zijn allen op: tien, negen…
Als we elkaar de hand schudden en toasten op het nieuwe jaar, zie ik in een glimp dat de twee stoelen van de jongetjes leeg zijn. Even later staan we in de buitenlucht, op het terras, vrouwen hebben een deken uit de dekenkist gepakt. Het is aardedonker – totdat het zware wolkendek boven Beetsterzwaag van onder wordt aangelicht door een fontein van licht.
Het vuurwerk gaat gepaard met oh’s en ah’s vanaf het terras, een enkeling heeft zich dichterbij gewaagd, de tuin in.

Waar zijn de jongens? Ik zie ze niet. Wel hun ouders, ze staan verderop, naast elkaar, elk een flûte in de ene hand, de andere in die van de ander gevlochten.
We stappen weer de warmte in, het feestje gaat verder in de bar. Er is dessertwijn en een buffet met zoetigheden, inmiddels in de gang opgesteld. De chef-kok staat erbij, hij is moe, maar trots. Vanavond is voorlopig de laatste avond van een maand vol dubbele uren.ee-lr

“Wat het is… Je maakt altijd te veel,” verzucht hij terwijl hij naar de imposante hoeveelheden taart, kazen, fruit en friandises kijkt. “Vanavond willen we natuurlijk extra schitteren.” Toch wordt hij niet teleurgesteld: men eet. Langzaam vormt zich een rij, personeel snijdt het ene na het andere taartpuntje af, vult de borden met lekkers. De porties blijven klein, men is voldaan, wil proeven, niet meer dan dat. Het is ver na middernacht, een enkeling gaat opnieuw de dansvloer op, ook het combo heeft het restaurant verruild voor de bar, waar het licht nog weer meer gedempt is. Net als ik aan wil schuiven in de rij, duiken de twee jongetjes weer op – ze komen erbij staan.
“Wat een vuurwerk was dat,” zegt de een, blossen op de wangen.
“Zou opa het ook gezien hebben?” vraagt de ander dan.
“Natuurlijk,” weet de eerste, die ik het oudst schat, hij is een halve kop groter dan zijn broer. “Opa heeft vast een geweldige plek gekregen op zijn ster. Een plek met uitzicht.”
“Ja, dat moet wel,” concludeert de kleinste. “Ik denk dat hij daar in zo’n grote stoel zit als die hij thuis ook had. Met een voetenbankje.”
De oudste knikt – zo zal het daarboven zeker zijn.

En net als ik me afvraag of deze mannetjes straks het personeel een hand gaan geven, of een dame ten dans noden, gebeurt wat ik stilletjes hoop: ze vragen het meisje van de bediening om ‘extra veel van alles’.
“Met veel slagroom ook,” zegt de kleinste. “Dat vind ik zó lekker.”
De heertjes lopen weg, elk met een flink vol geschept bord, terug naar de tafel in de nu verder uitgestorven restaurantzaal. Wie ouder is, drinkt elders.
Daar zitten ze dan, in hun blazers en met hun glimmende haar in de scheiding, elk een bord pal voor zijn neus.
“Waarmee begin jij?” wil de jongste weten, en dan, zonder het antwoord af te wachten: “Ik met de ijstaart. Wow!”

En hij neemt een enorme hap, het slagroom zit onder zijn neus, op zijn kin.
Kinderlijk genot in opperste beschaving.

Het boek ‘Helemaal weg en toch thuis’ met alle persoonlijke verhalen van Onno Aerden is in ieder Bilderberg hotel te verkrijgen. Het boek is ook online te bestellen, gebruik hierbij de kortingscode ‘Beleef Bilderberg’ en ontvang het boek voor slechts 9,95 euro (adviesprijs 14,95).

 

Leave a Reply